Groei en goede progressie in 2017

Boxmeer, 17 mei 2018.

Volledige resistentie in Teeltprogramma in de VS
In de Verenigde Staten zijn we druk bezig met het opzetten van een teeltcentrum voor Varroaresistente honingbijen, in nauwe samenwerking met Bob Danka van de USDA in Baton Rouge (verstrekken van sperma van voorgeselecteerde volken van de USDA en financiële ondersteuning), Danielle Downey van de non-profit organisatie Project Apis m. (financiële en administratieve ondersteuning) en David Thomas van de Hawaii Island Honey Company (infrastructuur, personeel en financiële ondersteuning).

Er is speciaal voor het project een laboratorium gebouwd op het Grote Eiland van Hawaï. Op Hawaï is er een lang seizoen, wat ons in staat stelt om per jaar meerdere generaties bijen te telen.

Met de financiële ondersteuning zijn er 4 personeelsleden aangenomen en ingewerkt en sinds afgelopen jaar draait het programma op volle kracht. Er zijn 200 kleine volkjes waarin wij onze geïnsemineerde koninginnen huisvesten en er zijn 600 grote kasten voor onze teelt- en darren leverende koninginnen. Al deze volken worden gevolgd via de in eigen beheer ontwikkelde software ‘Queenbase’.

Daarnaast heeft David Thomas alle koninginnen in zijn (duizenden) honing producerende volken vervangen door koninginnen uit het teeltprogramma. De voortgang die is geboekt in het programma is veelbelovend en geeft ons ook veel informatie voor ons Europese teeltprogramma (en vice versa).

Met commercieel verkrijgbare koninginnen moeten volken op Hawaii tot wel 4 keer per jaar worden behandeld tegen Varroa (doordat er het hele jaar broed is, is het eiland een ‘Varroa paradijs’), terwijl volken met een koningin uit ons programma gemiddeld minder dan 1 keer per jaar worden behandeld. De beste teeltlijnen zijn volledig resistent en houden de mijtbesmetting gedurende het hele jaar laag, zonder enige vorm van behandeling!

Wij zijn momenteel bezig met deze hoge mate van resistentie in een bredere basis van teeltlijnen vast te leggen. Daarnaast moeten wij er zeker van zijn dat deze lijnen het ook goed doen wat betreft bestuiving en honingproductie en dat deze bijen het dus goed gaan doen bij commerciële imkers op het vasteland van de Verenigde Staten (hiervoor lopen er veldproeven).

De goede resultaten op Hawaï laten ons dus zien dat het mogelijk is om volledig Varroaresistente bijen te telen en moedigen ons dus aan om hard te blijven werken in dit programma, zowel in de VS als Europa.

Sterke groei van ons Europese teeltprogramma
Wij zijn ons eerste jaar, 2014, begonnen met 6 telers in ons teeltprogramma. Het aantal telers is sindsdien gegroeid van 16 in 2015, naar 35 in 2016 en 66 in 2017! De deelnemende groepen bevinden zich in België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxenburg, Nederland, Oostenrijk, Spanje en Zwitserland.

Met de groei van het aantal telers en teeltgroepen is het aantal volken dat getest wordt ook meegegroeid, in 2016 zijn er 390 volken getest en in 2017 waren dat er 646. Van deze 646 volken waren er 134 die een hoge mate van resistentie tegen Varroa lieten zien (> 75% van de reproducerende mijten worden uit het broed verwijderd). Volken met een dergelijk niveau van resistentie hebben geen behandeling tegen Varroa nodig. Twaalf volken hadden zelfs geen reproducerende mijten in hun broed (300 a 400 cellen zijn gecontroleerd, nadat de volken twee weken eerder met 100 a 200 mijten zijn besmet) en die zien wij daarom als volledig Varroaresistent (100% VSH). Aangezien deze aanname is gebaseerd op één meting, zullen wij deze meting herhalen en nageslacht gebruiken in het teeltprogramma, om de mate van resistentie te bevestigen. Koninginnen van deze hoog resistente volken zijn meestal geïnsemineerd met maar één dar. Door koninginnen met maar één dar te insemineren kunnen wij snel voortgang boeken in ons teeltprogramma, maar deze koninginnen kunnen alleen in kleine kasten worden gehouden en hebben een beperkte levensverwachting, omdat ze een beperkte hoeveelheid sperma hebben gekregen. Inmiddels zijn wij in staat om met het resistente materiaal uit ons teeltprogramma koninginnen met meerdere (8 a 12) darren te insemineren. Koninginnen die met meerdere darren zijn geïnsemineerd kunnen wel in kasten van een normaal formaat worden gehouden en kunnen dan ook op andere belangrijke eigenschappen, zoals honingproductie en winterhardheid, worden geëvalueerd.

Wij zijn op zoek naar extra financiële ondersteuning, zodat wij het aantal telers en volken in het teeltprogramma kunnen uitbreiden. Dit om te verzekeren dat we voldoende diversiteit krijgen in de populatie van resistente volken.

Carnica, Buckfast en nu ook Zwarte Bij
We zijn ons teeltprogramma begonnen met Buckfast- en Carnica-imkers. Deze twee rassen maken worden veel gebruikt in Europa en daarom bestaat het grootste gedeelte van ons teeltprogramma uit verschillende lijnen van deze rassen.

Er zijn echter een aantal lokale ondersoorten, die gezien hun unieke eigenschappen en genetische achtergrond, belangrijk worden geacht. De zwarte bij (Apis mellifera mellifera) is één van de tien erkende Europese ondersoorten. Door de populariteit van Buckfast en Carnica en het verdwijnen van natuurlijke, wilde volken door Varroa, zijn er Zwarte Bij populaties die met uitsterven worden bedreigd en die tegelijkertijd van een teeltprogramma gericht op Varroaresistentie zouden kunnen profiteren. In 2018 zal Arista daarom ook gaan samenwerken met de Belgische Zwarte Bij groep Mellifica.be, om de eerste serie koninginnen op te zetten die met één dar worden geïnsemineerd en die vervolgens volgens de bestaande methode getest gaan worden.

Daarnaast hebben de imkers van Terschelling zich aangesloten bij Arista, om een teeltprogramma op te zetten met zwarte bij en daarmee ook van het eiland een reservaat voor zwarte bijen te maken. Binnen het teeltprogramma zal ook selectie voor Varroaresistente lijnen plaatsvinden. In 2018 gaan we uitzoeken hoe zuiver de huidige bijen op het eiland zijn en afhankelijk daarvan kunnen we een plan gaan maken om een Varroaresistente Zwarte Bij populatie te creëren.

Genetische markerprojecten
Omdat wij nu een eerste groep volledig resistente volken hebben, wordt het mogelijk om andere projecten te starten, gebruikmakend van deze bijen. Onze standaardmethode om te selecteren op Varroaresistentie is erg arbeidsintensief. Het zou ons veel tijd schelen als wij volken zouden kunnen screenen met een simpele (genetische)test, als zo’n test zou bestaan..

Om zo’n test te kunnen ontwikkelen, moeten we kennis ontwikkelen over de genetische basis van Varroaresistente gedragingen, zoals Varroa Sensitieve Hygiëne (VSH: het detecteren en verwijderen van met Varroa besmet broed). Om dit te kunnen doen heeft Arista een consortium gevormd het de hogescholen Inholland (Amsterdam) en Van Hall Larenstein (Leeuwarden, Velp) en het bedrijf Bejo Zaden BV. Afgelopen zomer is ons gezamenlijke voorstel voor een ‘RAAK-pro’-project goedgekeurd en dus zijn wij begonnen met het zoeken naar een genetische marker voor Varroaresistent gedrag. Arista zal de bijen aanleveren en Van Hall Larenstein assisteren bij het analyseren van het gedrag (‘fenotypering’) van de bijen. Inholland en Bejo gaan dan op zoek naar de genetische achtergrond van het gedrag (‘genotypering’) door bijen te vergelijken die het specifieke gedrag juist wel of juist niet laten zien. Dit project wordt gesteund door een commissie met leden van de NBV (Nederlandse Bijenhouders Vereniging), de BBV (Buckfast Belangen Verenigd), de VCI (Vereniging van Carnica Imkers). Laboratorium voor Erfelijkheidsleer van de Wageningen Universiteit en de BVNI (Beroepsvereniging voor Nederlandse Imkers).

Arista is ook begonnen met het ondersteunen van het BeeStrong-project van het INRA-instituut in Avignon, Frankrijk. 40 volken van Arista zijn vorige zomer geteld en er zijn monsters genomen voor genetische analyse door INRA.

Barbados-project
Er zijn een aantal plaatsen in de wereld waarvan wordt aangenomen dat de bijen er Varroaresistent zijn geworden, zonder daarbij hulp te krijgen van mensen. Barbados is misschien één van die plaatsen. Toen de Varroa zich er in 2002/2003 vestigde, stortte de bijenpopulatie in en verdwenen de meeste volken. De meeste volken op Barbados zijn wilde, niet door een imker beheerde volken, die in het regenwoud leven. Een klein aantal imkers vangt zwermen van deze wilde volken om hun kasten te kunnen bevolken. Ook deze beheerde volken zijn ingestort, omdat de imkers niet tegen Varroa behandelden.

Het interessante is dat de imkers na een aantal jaar weer gebeld werden om zwermen te komen verwijderen. Nu, zo’n 15 jaar na de introductie van de Varroa, lijkt de bijenpopulatie zich volledig te hebben hersteld en kunnen de imkers zwermen vangen en honing oogsten, net zoals dat ook kon voordat de Varroa het eiland bereikte.

Met de financiële steun van Bayer heeft Arista op het eiland een klein project kunnen starten. Het doel van dit project is om een bijenstand op te zetten en te volgen gedurende één seizoen en regelmatig de mijtbesmetting op de bijen en in het broed te meten, om zo de mate van Varroaresistentie te kunnen bepalen. Verder zullen wij proberen om een eerste indicatie te krijgen welke eigenschap (wellicht VSH?) ervoor zorgt dat de bijen met de Varroa om kunnen gaan. Daarnaast gaan we het haplotype van de bijen controleren, om uit te kunnen sluiten dat de huidige bijen op Barbados geafrikaniseerde bijen zijn.

Tijdens het laatste bezoek zijn er 10 (onbehandelde) volken onderzocht op de mijtbesmettingsgraad. Deze volken hadden allen een lage besmetting in het broed en de meeste volken hadden ook een lage besmetting van mijten op de bijen. Deze eerste data doet een hoog niveau van resistentie vermoeden. Wordt vervolgd…

Personeel & Organisatie
Naast de financiële steun die is gevonden voor de projecten op Hawaï en Barbados en voor het genetische markerproject, zijn zowel de Adessium Foundation als de Stichting Dioraphte bereid gevonden om ons programma financieel te steunen! Deze bijdragen zijn belangrijk, omdat deze ons in staat stellen om een groep met professionele krachten te vormen, die de snel groeiende groep met telers in ons programma kan ondersteunen.

De combinatie van deze fondsen betekent dat BartJan Fernhout uit het bestuur is gegaan om de programmadirecteur te worden en dat we Guillaume Misslin hebben kunnen aannemen als projectleider. Ook is de hogeschool Van Hall Larenstein (VHL) bezig met het zoeken naar een projectmedewerker voor het ‘RAAK-pro’-project, die met studenten van VHL gaat werken op een locatie van Arista.

Tot ons genoegen heeft Prof. Jacques van Alphen de vrijgekomen functie van voorzitter van de stichting op zich genomen. Jacques van Alphen brengt een grote hoeveelheid ervaring en wetenschappelijke kennis met zich mee, hij heeft namelijk zijn hele carrière gewerkt aan insect-parasietinteracties.

Daarnaast heeft de Waalse overheid de financiering van een projectleider voor Arista goedgekeurd! Om dit mogelijk te kunnen maken is er in België ‘Arista Bee Research Belgium’ opgericht. Dit stelde ons in staat om Sacha d’Hoop de Synghem aan te nemen, hij zal de groep in Wallonië gaan ondersteunen en zal daarbij nauw samenwerken met het team van Arista in Nederland.

Tenslotte hebben we ook nog een deel van een huis met een grote tuin kunnen huren, zodat we een locatie hebben met een kantoor-laboratoriumruimte en een bijenstand.

We zijn verheugd dat we nu écht kunnen streven naar ons doel: Varroaresistente bijen die productief zijn en zichzelf gezond kunnen houden, zonder chemisch behandeld te hoeven worden. Om dit te kunnen bereiken gaan wij verder met het uitbreiden van de groep donateurs, de groep professionele krachten en de groep telers en teeltgroepen. Het ultieme doel is dat imkers in Europa en de VS niet meer hoeven te behandelen tegen Varroa, terwijl hun volken sterker en vitaler zijn en er minder volken verloren gaan. Hiermee worden de belangrijke bestuivings taken van gewassen en de productie van honing veiliggesteld. Het zou er ook voor zorgen dat de lokale ondersoorten in Europa zich kunnen herstellen en er zich weer natuurlijke populaties kunnen vormen.



Verdere uitbreiding in 2016

Arberg, november 2016.

Nieuwe Buckfast groep in Beieren maakt een vliegende start

Een zeer actieve Buckfast teeltgroep uit Beieren (zijn in 5 jaar van 100 naar 500 leden gegroeid – buckfast-bayern.de) heeft zich aangesloten bij de andere Arista VSH Buckfast en Carnica groepen, op zoek naar Varroaresistentie.

Josef Koller, de voorzitter van de groep, werkt al 20 jaar aan het telen van Varroaresistente bijen. Gedurende de afgelopen jaren werd hij ondersteund door een groeiende groep geïnteresseerden (onder wie Ralf Höling). Na jaren van selectie, lukte het hem om volken te selecteren die jaren zonder behandeling kunnen, maar het consistent laten overerven van deze eigenschap was nog niet gelukt.

Geïnspireerd door de verhalen van de al deelnemende teeltgroepen, werd dus besloten om ook mee te gaan doen aan het enkele-dar VSH project. Tijdens de winter werd er druk heen en weer gemaild en zo kon de groep in de lente van 2016 goed voorbereid beginnen. Er werden meer dan 40 test volkjes gemaakt, grotendeels met twee Buckfast lijnen die gedurende de vorige jaren het minste aantal mijten bleken te hebben.

De vele kennis die in de groep aanwezig is met het tellen van Varroa (besmettingsgraad bepalen), samen met de ervaringen van Arista, bewees zijn dienst, want met nieuw gemaakte emmers en vele kilo’s poedersuiker werden grote hoeveelheden mijten geoogst om de 40 test volkjes mee te besmetten.

Gedurende drie dagen in begin augustus kwam de groep (bestaande uit de bijenhouders, vrienden, familie en Arista vrijwilligers) samen om het VSH niveau te bepalen van de volkjes, door de wel- en niet-reproducerende mijten in het broed te tellen.

Het werd al snel duidelijk dat de vele jaren met weinig of zelfs geen Varroabehandelingen (met de bijbehorende verliezen) het waard waren geweest, want in het eerste jaar bleek de helft van de geteste volken al een hoog VSH niveau te hebben. Met deze goede resultaten in het achterhoofd ondernam de groep meteen actie en organiseerde een inseminatiesessie in de herfst, om nageslacht veilig te stellen van de volken waarvan het hoogste VSH niveau was vastgesteld. Er werden 93 volkjes gemaakt en die zullen de komende jaren beschikbaar zijn om darren te produceren voor nieuwe Buckfast kruisingen.

Na deze zeer goede start, zijn deze groep in Beieren, onder coördinatie van Stefan Luff, en de naastgelegen Buckfast-Süd groep zich aan het voorbereiden op het komende jaar, om het aantal volken dat meedoet aan het programma verder te kunnen vergroten.



Goede resultaten gecontinueerd in 2015

Boxmeer, Juni 2016.

Bestaande Buckfast groep (België/Luxemburg/Frankrijk/Nederland/Duitsland/Oostenrijk)
Deze groep, gevormd in 2014, is in 2015 verder gegaan met zowel de pure Buckfast als de op Buckfast-USDA materiaal gebaseerde lijnen. Er werden meer dan 160 volken gemaakt en getest gedurende het jaar. In Altea, Spanje, werd ons teeltstation volledig operationeel.

Nieuwe telers hebben zich aangesloten en een nieuwe groep vrijwilligers werd gevonden om het groeiende aantal volkjes te tellen, zij hielpen ons een week met tellen tijdens hun vakantie!

In 2014 had 10% van de (pure) Buckfast volken een hoog niveau van VSH, in 2015 was dit meer dan 20% (23 van de 94), waaruit is af te leiden dat wij vooruitgang boeken met onze selectie. Ook in de Buckfast-USDA gebaseerde lijnen kon het hoge niveau van VSH wederom worden aangetoond met 40% van de kolonies in dit segment (27 van de 68).
1 Altea - Counting

Nieuwe Buckfast groepen in Nederland

Wij mochten twee zeer ervaren, bestaande Buckfast teeltgroepen verwelkomen in ons programma; Stichting Buckfast Marken en Buckfast Teeltgroep “Flevo”. Deze groepen hebben al bevruchtingsstations op Marken en in de Flevopolder.

Beiden groepen hebben in 2015 hun normale teeltmateriaal onderzocht op normaal hygiënisch gedrag, omdat de kans dat een bepaald volk VSH gedrag vertoont groter is als datzelfde volk normaal hygiënisch gedrag in hoge mate vertoont.

Van de beste volken, werden 24 enkele dar volkjes gemaakt en getest op het VSH gedrag. Twee volken werden geïdentificeerd als hoog VSH (=>75%) en vier volken vallen in de tussen categorie VSH.

Aangezien deze groepen zijn begonnen met in ons programma niet eerder gebruikte Buckfast lijnen, is dit een belangrijke stap, omdat dit zorgt voor meer (genetische) diversiteit in de hoge VSH Buckfast populatie.
2 Marken - Flevo-counting

Nieuwe Carnica VSH groep in Nederland

Een erg belangrijk en veelgebruikt bijenras is de Carnica. Terwijl er al een samenwerkingsverband is met het Kirchhain Instituut in Duitsland (waar met Carnica wordt gewerkt), hebben wij ook een groep met ervaren Carnica telers in Nederland weten te vormen die met het teeltprogramma van Arista Bee Research mee gaat doen. Deze groep heeft in het eerste jaar dat er met de enkele dar inseminatie methode wordt gewerkt 59 volkjes gemaakt. Het goede nieuws is dat wij duidelijk VSH gedrag hebben kunnen demonstreren in de Carnica bijen. Wij hebben dertien volken kunnen identificeren die middel niveaus van VSH hebben en vier volken hadden hoge VSH niveaus (groter dan of gelijk aan 75%).
3 SDI-camo-minis -  Queen marked

Hogeschool Inholland

De Hogeschool Inholland (gevestigd in Amsterdam) heeft zich bij ABR aangesloten en zal de bestaande samenwerkingen tussen de afdeling genetica van de Universiteit Wageningen, de USDA en ABR versterken. Terwijl onze derde student in Wageningen is begonnen, zijn er ook studenten van Hogeschool Inholland begonnen met het werken aan VSH. Deze studenten zullen ons helpen met het testen van de grote hoeveelheid monsters die wij hebben verzameld van de testvolkjes, om te kijken of er een VSH-marker kan worden gevonden. Wordt zo’n marker gevonden, dan zou dat betekenen dat het VSH-niveau van een volk in het laboratorium bepaald kan worden, waardoor het arbeidsintensieve tellen achterwege kan blijven.
4 InHolland

Derde generatie VSH bijen telen in de VS met ondersteuning van Arista Bee Research

Tijdens onze eerste bezoeken aan de USDA in Baton Rouge hebben wij de VSH-methode van onze collega’s in de VS geleerd. Maar wat ook duidelijk werd, is dat zij interesse hebben in de kennis die er over teelt in Europa aanwezig is. Daarom is Arista Bee Research gevraagd door de USDA en een commerciële imker uit Hawaï om te assisteren bij het telen van een derde generatie VSH bijen voor in de VS. Een samenwerkingsovereenkomst met de USDA en donaties van de commerciële imker maken driemaandelijkse bezoeken en ondersteuning op afstand mogelijk.
5 Hawaii a





Persbericht

Grote stap vooruit in teelt Varroaresistente honingbij

Boxmeer, 12 februari 2015. De populatie honingbijen wereldwijd, belangrijk voor de bestuiving van onze voedselgewassen, wordt bedreigd door een zeer schadelijke mijt: Varroa destructor. Een Europese groep imkers, gecoördineerd door de Stichting Arista Bee Research, heeft tijdens het afgelopen voorjaar en de zomer een eerste generatie Europese honingbijen geteeld die de Varroamijt detecteert en het besmette broed verwijdert, waardoor naar verwachting het aantal Varroamijten onder controle zal blijven. Dit is een belangrijke stap in het telen van gezondere, Varroaresistente bijen, die veel beter kunnen overleven onder reeds moeilijke omstandigheden.

De Varroamijt creëert een gat in het pantser van de bij en verzwakt hiermee de bij direct door het opzuigen van hemolymfe (“insectenbloed”). Daarnaast kunnen virussen en bacteriën dit gat binnendringen en ziekten en zelfs een voortijdige dood van de bijen veroorzaken. Tot nog toe worden bijenvolken hiervoor chemisch behandeld, maar dit is arbeidsintensief en heeft wisselende resultaten. De behandeling kan bovendien residuen achterlaten en heeft niet alleen invloed op de mijten maar kan ook schadelijk zijn voor de bijen zelf. Onbehandelde bijenvolken sterven vaak binnen 2 jaar aan de gevolgen van de snel groeiende Varroapopulatie. De Varroamijt wordt daarom beschouwd als de belangrijkste oorzaak van het verlies aan volken in de winter.

VSH-illustration-MdJHet Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) heeft aangetoond dat het mogelijk is om honingbijen te selecteren met Varroa Sensitieve Hygiëne (VSH) gedrag: deze bijen detecteren reproducerende Varroamijten in het broed. Aangezien deze VSH-bijen het aangetaste broed verwijderen komen er geen Varroa-nakomelingen. De selectie is alleen beperkt tot deze eigenschap, er waren nog geen middelen om deze eigenschap structureel te integreren in een bredere basis van de honingbij populatie.

In het voorjaar van 2014 maakte het Europese team meer dan honderd kleine volkjes, een kwart met een USDA-VSH achtergrond en de rest met een Europese achtergrond. De koninginnen werden kunstmatig geïnsemineerd met slechts één dar, in plaats van de ongeveer tien die gewoonlijk worden gebruikt, waardoor alle nakomelingen niet alleen dezelfde moeder, maar ook dezelfde vader hadden, zodat ze dezelfde eigenschappen erven. De EU koninginnen en darren werden geselecteerd uit volken met lagere aantallen Varroamijten en een goed hygiënisch gedrag.

Na een extra besmetting met Varroamijten werden de volken aan het eind van de zomer onderzocht op het percentage niet-voortplantende mijten in het broed, de belangrijkste maat voor vaststellen van VSH-gedrag. In totaal werden meer dan 20 volken gevonden met een hoog (meer dan 75%) VSH-gedrag. De helft van deze volken hebben een Europese achtergrond, waarmee wordt aangetoond dat het VSH-gedrag, zoals eerder in de USDA onderzoekvolken aangetoond, ook aanwezig is bij de Europese bijen. De resultaten tonen ook aan dat VSH-gedrag in korte tijd tot een hoog niveau gebracht kan worden door middel van de één-dar inseminatie techniek.

De volgende stap in het teeltprogramma, te beginnen in het seizoen 2015, zal gericht zijn op het verder selecteren naar 100% VSH-gedrag in de Europese honingbijen. Zodra dit niveau bereikt wordt, zullen weer volken van normale grootte gemaakt worden (met ‘normaal’ geïnsemineerde koninginnen met meerdere darren), welke grondig getest worden op andere belangrijke eigenschappen als zachtaardigheid, zwermneiging en honingproductie. De selectie zal ook plaats moeten vinden binnen zoveel mogelijk verschillende lijnen van honingbijen om een rijke biodiversiteit te behouden en een brede toepassing in de imkergemeenschap wereldwijd mogelijk te maken.

Over de Stichting Arista Bee Research

De Stichting Arista Bee Research werd opgericht eind 2013 met het doel om gezondere, Varroaresistente honingbijen te telen. De stichting is een non-profit organisatie, wetenschappelijk ondersteund door senior onderzoekers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA, Baton Rouge), het Kirchhain Bijen Instituut (Duitsland), het Hohen Neuendorf Bijen Instituut (Duitsland) en de Wageningen Universiteit (Nederland). De Stichting Arista Bee Research zoekt financiële steun om dit belangrijke werk voort te kunnen zetten.

www.aristabeeresearch.org/nl





Koninginnen geteeld in Altea

Altea, december 2014. Na het overbrengen van de VSH-geselecteerde, met 1 dar geïnsemineerde, koninginnen naar Altea in Spanje zijn we begonnen met het voortbrengen van dochters van deze koninginnen.

Echter, tijdens de eerste paar weken moesten verschillende uitdagingen worden overwonnen. Na een stroomuitval (UPS was al besteld, maar was nog onderweg…) verloren we de helft van de koninginnencellen in de incubator.

Mieren Formistop Bevruchtingsstation

Na het opnieuw telen en samenstellen van het eerste nageslacht van de volken beseften we dat we nog een onverwachte vijand hadden: erg kleine, maar zeer agressieve mieren (!). Deze kleine mieren vielen de kleine volkjes aan; ze vielen de jonge bijen aan, doodden hen, en gebruikte hen als voedsel. In sommige gevallen konden we nog een paar van de oudere bijen met de koningin te vinden, weggevlucht uit de kast. We installeerden speciaal ontworpen mieren-stops (zie foto), deze zijn gevuld met olie, een barrière waardoor de mieren niet meer bij de kastjes konden komen.

Gelukkig was het weer goed en konden we doorgaan met het telen van jonge koninginnen. We hebben nu 25 koninginnen met broed. Deze volken worden gebruikt om darren te leveren voor het VSH-teeltprogramma in 2015.

Moer met broed Bijenstand



Beste VSH-volken vervoerd naar Spanje

Boxmeer, Altea, september 2014. De 12 beste volken met een hoge mate van VSH-gedrag zijn succesvol met een koeltransport (15⁰C) naar Spanje overgebracht (samen met volken die bijen zullen leveren voor alle nieuw te maken volkjes). Na een week van wennen aan de hogere temperaturen hebben we alle volken geïnspecteerd (geen verliezen!) en zijn begonnen met het natelen van deze speciale bijen.

Koerier Lading
Arrived Inspection



Het tellen van de mijten

Braine-le-Château, augustus 2014. Het tellen van de Varroamijten in het broed is volbracht. In totaal werden meer dan 20 volken gevonden met een hoge mate van Varroaresistentie!

Deze volken vertonen een nivo van meer dan of gelijk aan 75% Varroa Sensitief Hygiëne (VSH) gedrag. De helft van deze volken zijn van Europese honingbijen en de helft van de volken hebben een voornamelijk Amerikaanse oorsprong (USDA, met een bewezen VSH achtergrond). De volken met 75% VSH-gedrag hadden significant minder (reproducerende) mijten en de 100% VSH-volken had bijna alle mijten verwijderd!

Een persbericht zal beschikbaar zijn na beoordeling van de gegevens door het Wetenschappelijk Comité en na het veiligstellen van nakomelingen van deze waardevolle koninginnen. Aangezien het weer in Noord-Europa waarschijnlijk niet goed genoeg is om nog levensvatbare dochter-koninginnen te telen, zullen er ook volken vervoerd worden naar Spanje.

Counting-mites-at-Paul-Jungels Champagne



Teelt, Selectie & Distributie Project gestart

België, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, april 2014. In het Teelt, Selectie en Distributie Project zullen we gebruik maken van kunstmatige geïnsemineerde koninginnen met 1 dar en zullen we Varroamijten tellen in het broed om zo Varroa Sensitief Hygiëne (VSH) gedrag op te sporen; het gedrag waarbij de bijen broed verwijderen dat besmet is door de varroamijt.

Verschillende groepen (die verschillende bijenrassen / lijnen vertegenwoordigen) zullen in de komende 2 jaar worden gevormd. Voor het Buckfastdeel van het project is de volgende groep gevormd: Riad Abara, José Artus, Pascal Boyard, Bartjan Fernhout, Didier Geuten, Jos Guth, Paul Jungels, Jean-Marie Lavend’Homme, Renaud Lavend’Homme, Pierre Marin, Philippe Lambert, Bernard Leclercq, Julien Perrin en Jean-marie Van Dyck.

Julien Perrin en Pascal Boyard (zie foto’s) zijn begin april met de eerste 1-dar inseminaties begonnen, waarmee het project echt is opgestart. In de komende maanden zal de groep ernaar streven om tussen de 100 en 200 volken te maken met door 1-dar geïnsemineerde koninginnen.

Julien-and-Pascal Julien-and-Pascal-Inseminating