Groei en goede progressie in 2017

Boxmeer, 17 mei 2018.

Volledige resistentie in Teeltprogramma in de VS
In de Verenigde Staten zijn we druk bezig met het opzetten van een teeltcentrum voor Varroaresistente honingbijen, in nauwe samenwerking met Bob Danka van de USDA in Baton Rouge (verstrekken van sperma van voorgeselecteerde volken van de USDA en financiële ondersteuning), Danielle Downey van de non-profit organisatie Project Apis m. (financiële en administratieve ondersteuning) en David Thomas van de Hawaii Island Honey Company (infrastructuur, personeel en financiële ondersteuning).

Er is speciaal voor het project een laboratorium gebouwd op het Grote Eiland van Hawaï. Op Hawaï is er een lang seizoen, wat ons in staat stelt om per jaar meerdere generaties bijen te telen.

Met de financiële ondersteuning zijn er 4 personeelsleden aangenomen en ingewerkt en sinds afgelopen jaar draait het programma op volle kracht. Er zijn 200 kleine volkjes waarin wij onze geïnsemineerde koninginnen huisvesten en er zijn 600 grote kasten voor onze teelt- en darren leverende koninginnen. Al deze volken worden gevolgd via de in eigen beheer ontwikkelde software ‘Queenbase’.

Daarnaast heeft David Thomas alle koninginnen in zijn (duizenden) honing producerende volken vervangen door koninginnen uit het teeltprogramma. De voortgang die is geboekt in het programma is veelbelovend en geeft ons ook veel informatie voor ons Europese teeltprogramma (en vice versa).

Met commercieel verkrijgbare koninginnen moeten volken op Hawaii tot wel 4 keer per jaar worden behandeld tegen Varroa (doordat er het hele jaar broed is, is het eiland een ‘Varroa paradijs’), terwijl volken met een koningin uit ons programma gemiddeld minder dan 1 keer per jaar worden behandeld. De beste teeltlijnen zijn volledig resistent en houden de mijtbesmetting gedurende het hele jaar laag, zonder enige vorm van behandeling!

Wij zijn momenteel bezig met deze hoge mate van resistentie in een bredere basis van teeltlijnen vast te leggen. Daarnaast moeten wij er zeker van zijn dat deze lijnen het ook goed doen wat betreft bestuiving en honingproductie en dat deze bijen het dus goed gaan doen bij commerciële imkers op het vasteland van de Verenigde Staten (hiervoor lopen er veldproeven).

De goede resultaten op Hawaï laten ons dus zien dat het mogelijk is om volledig Varroaresistente bijen te telen en moedigen ons dus aan om hard te blijven werken in dit programma, zowel in de VS als Europa.

Sterke groei van ons Europese teeltprogramma
Wij zijn ons eerste jaar, 2014, begonnen met 6 telers in ons teeltprogramma. Het aantal telers is sindsdien gegroeid van 16 in 2015, naar 35 in 2016 en 66 in 2017! De deelnemende groepen bevinden zich in België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxenburg, Nederland, Oostenrijk, Spanje en Zwitserland.

Met de groei van het aantal telers en teeltgroepen is het aantal volken dat getest wordt ook meegegroeid, in 2016 zijn er 390 volken getest en in 2017 waren dat er 646. Van deze 646 volken waren er 134 die een hoge mate van resistentie tegen Varroa lieten zien (> 75% van de reproducerende mijten worden uit het broed verwijderd). Volken met een dergelijk niveau van resistentie hebben geen behandeling tegen Varroa nodig. Twaalf volken hadden zelfs geen reproducerende mijten in hun broed (300 a 400 cellen zijn gecontroleerd, nadat de volken twee weken eerder met 100 a 200 mijten zijn besmet) en die zien wij daarom als volledig Varroaresistent (100% VSH). Aangezien deze aanname is gebaseerd op één meting, zullen wij deze meting herhalen en nageslacht gebruiken in het teeltprogramma, om de mate van resistentie te bevestigen. Koninginnen van deze hoog resistente volken zijn meestal geïnsemineerd met maar één dar. Door koninginnen met maar één dar te insemineren kunnen wij snel voortgang boeken in ons teeltprogramma, maar deze koninginnen kunnen alleen in kleine kasten worden gehouden en hebben een beperkte levensverwachting, omdat ze een beperkte hoeveelheid sperma hebben gekregen. Inmiddels zijn wij in staat om met het resistente materiaal uit ons teeltprogramma koninginnen met meerdere (8 a 12) darren te insemineren. Koninginnen die met meerdere darren zijn geïnsemineerd kunnen wel in kasten van een normaal formaat worden gehouden en kunnen dan ook op andere belangrijke eigenschappen, zoals honingproductie en winterhardheid, worden geëvalueerd.

Wij zijn op zoek naar extra financiële ondersteuning, zodat wij het aantal telers en volken in het teeltprogramma kunnen uitbreiden. Dit om te verzekeren dat we voldoende diversiteit krijgen in de populatie van resistente volken.

Carnica, Buckfast en nu ook Zwarte Bij
We zijn ons teeltprogramma begonnen met Buckfast- en Carnica-imkers. Deze twee rassen maken worden veel gebruikt in Europa en daarom bestaat het grootste gedeelte van ons teeltprogramma uit verschillende lijnen van deze rassen.

Er zijn echter een aantal lokale ondersoorten, die gezien hun unieke eigenschappen en genetische achtergrond, belangrijk worden geacht. De zwarte bij (Apis mellifera mellifera) is één van de tien erkende Europese ondersoorten. Door de populariteit van Buckfast en Carnica en het verdwijnen van natuurlijke, wilde volken door Varroa, zijn er Zwarte Bij populaties die met uitsterven worden bedreigd en die tegelijkertijd van een teeltprogramma gericht op Varroaresistentie zouden kunnen profiteren. In 2018 zal Arista daarom ook gaan samenwerken met de Belgische Zwarte Bij groep Mellifica.be, om de eerste serie koninginnen op te zetten die met één dar worden geïnsemineerd en die vervolgens volgens de bestaande methode getest gaan worden.

Daarnaast hebben de imkers van Terschelling zich aangesloten bij Arista, om een teeltprogramma op te zetten met zwarte bij en daarmee ook van het eiland een reservaat voor zwarte bijen te maken. Binnen het teeltprogramma zal ook selectie voor Varroaresistente lijnen plaatsvinden. In 2018 gaan we uitzoeken hoe zuiver de huidige bijen op het eiland zijn en afhankelijk daarvan kunnen we een plan gaan maken om een Varroaresistente Zwarte Bij populatie te creëren.

Genetische markerprojecten
Omdat wij nu een eerste groep volledig resistente volken hebben, wordt het mogelijk om andere projecten te starten, gebruikmakend van deze bijen. Onze standaardmethode om te selecteren op Varroaresistentie is erg arbeidsintensief. Het zou ons veel tijd schelen als wij volken zouden kunnen screenen met een simpele (genetische)test, als zo’n test zou bestaan..

Om zo’n test te kunnen ontwikkelen, moeten we kennis ontwikkelen over de genetische basis van Varroaresistente gedragingen, zoals Varroa Sensitieve Hygiëne (VSH: het detecteren en verwijderen van met Varroa besmet broed). Om dit te kunnen doen heeft Arista een consortium gevormd het de hogescholen Inholland (Amsterdam) en Van Hall Larenstein (Leeuwarden, Velp) en het bedrijf Bejo Zaden BV. Afgelopen zomer is ons gezamenlijke voorstel voor een ‘RAAK-pro’-project goedgekeurd en dus zijn wij begonnen met het zoeken naar een genetische marker voor Varroaresistent gedrag. Arista zal de bijen aanleveren en Van Hall Larenstein assisteren bij het analyseren van het gedrag (‘fenotypering’) van de bijen. Inholland en Bejo gaan dan op zoek naar de genetische achtergrond van het gedrag (‘genotypering’) door bijen te vergelijken die het specifieke gedrag juist wel of juist niet laten zien. Dit project wordt gesteund door een commissie met leden van de NBV (Nederlandse Bijenhouders Vereniging), de BBV (Buckfast Belangen Verenigd), de VCI (Vereniging van Carnica Imkers). Laboratorium voor Erfelijkheidsleer van de Wageningen Universiteit en de BVNI (Beroepsvereniging voor Nederlandse Imkers).

Arista is ook begonnen met het ondersteunen van het BeeStrong-project van het INRA-instituut in Avignon, Frankrijk. 40 volken van Arista zijn vorige zomer geteld en er zijn monsters genomen voor genetische analyse door INRA.

Barbados-project
Er zijn een aantal plaatsen in de wereld waarvan wordt aangenomen dat de bijen er Varroaresistent zijn geworden, zonder daarbij hulp te krijgen van mensen. Barbados is misschien één van die plaatsen. Toen de Varroa zich er in 2002/2003 vestigde, stortte de bijenpopulatie in en verdwenen de meeste volken. De meeste volken op Barbados zijn wilde, niet door een imker beheerde volken, die in het regenwoud leven. Een klein aantal imkers vangt zwermen van deze wilde volken om hun kasten te kunnen bevolken. Ook deze beheerde volken zijn ingestort, omdat de imkers niet tegen Varroa behandelden.

Het interessante is dat de imkers na een aantal jaar weer gebeld werden om zwermen te komen verwijderen. Nu, zo’n 15 jaar na de introductie van de Varroa, lijkt de bijenpopulatie zich volledig te hebben hersteld en kunnen de imkers zwermen vangen en honing oogsten, net zoals dat ook kon voordat de Varroa het eiland bereikte.

Met de financiële steun van Bayer heeft Arista op het eiland een klein project kunnen starten. Het doel van dit project is om een bijenstand op te zetten en te volgen gedurende één seizoen en regelmatig de mijtbesmetting op de bijen en in het broed te meten, om zo de mate van Varroaresistentie te kunnen bepalen. Verder zullen wij proberen om een eerste indicatie te krijgen welke eigenschap (wellicht VSH?) ervoor zorgt dat de bijen met de Varroa om kunnen gaan. Daarnaast gaan we het haplotype van de bijen controleren, om uit te kunnen sluiten dat de huidige bijen op Barbados geafrikaniseerde bijen zijn.

Tijdens het laatste bezoek zijn er 10 (onbehandelde) volken onderzocht op de mijtbesmettingsgraad. Deze volken hadden allen een lage besmetting in het broed en de meeste volken hadden ook een lage besmetting van mijten op de bijen. Deze eerste data doet een hoog niveau van resistentie vermoeden. Wordt vervolgd…

Personeel & Organisatie
Naast de financiële steun die is gevonden voor de projecten op Hawaï en Barbados en voor het genetische markerproject, zijn zowel de Adessium Foundation als de Stichting Dioraphte bereid gevonden om ons programma financieel te steunen! Deze bijdragen zijn belangrijk, omdat deze ons in staat stellen om een groep met professionele krachten te vormen, die de snel groeiende groep met telers in ons programma kan ondersteunen.

De combinatie van deze fondsen betekent dat BartJan Fernhout uit het bestuur is gegaan om de programmadirecteur te worden en dat we Guillaume Misslin hebben kunnen aannemen als projectleider. Ook is de hogeschool Van Hall Larenstein (VHL) bezig met het zoeken naar een projectmedewerker voor het ‘RAAK-pro’-project, die met studenten van VHL gaat werken op een locatie van Arista.

Tot ons genoegen heeft Prof. Jacques van Alphen de vrijgekomen functie van voorzitter van de stichting op zich genomen. Jacques van Alphen brengt een grote hoeveelheid ervaring en wetenschappelijke kennis met zich mee, hij heeft namelijk zijn hele carrière gewerkt aan insect-parasietinteracties.

Daarnaast heeft de Waalse overheid de financiering van een projectleider voor Arista goedgekeurd! Om dit mogelijk te kunnen maken is er in België ‘Arista Bee Research Belgium’ opgericht. Dit stelde ons in staat om Sacha d’Hoop de Synghem aan te nemen, hij zal de groep in Wallonië gaan ondersteunen en zal daarbij nauw samenwerken met het team van Arista in Nederland.

Tenslotte hebben we ook nog een deel van een huis met een grote tuin kunnen huren, zodat we een locatie hebben met een kantoor-laboratoriumruimte en een bijenstand.

We zijn verheugd dat we nu écht kunnen streven naar ons doel: Varroaresistente bijen die productief zijn en zichzelf gezond kunnen houden, zonder chemisch behandeld te hoeven worden. Om dit te kunnen bereiken gaan wij verder met het uitbreiden van de groep donateurs, de groep professionele krachten en de groep telers en teeltgroepen. Het ultieme doel is dat imkers in Europa en de VS niet meer hoeven te behandelen tegen Varroa, terwijl hun volken sterker en vitaler zijn en er minder volken verloren gaan. Hiermee worden de belangrijke bestuivings taken van gewassen en de productie van honing veiliggesteld. Het zou er ook voor zorgen dat de lokale ondersoorten in Europa zich kunnen herstellen en er zich weer natuurlijke populaties kunnen vormen.